Missionarissen van Afrika.
(witte paters)
(NL).

Pater Marien van den Eijnden overleden.

zondag 22 mei 2022 door Webmaster
In medeleven en dankbare herinnering
delen wij U mede dat

Pater Marien van den Eijnden


Marinus Adrianus Joseph
Missionaris van Afrika - Witte Pater,

op 16 mei 2022 is overleden.



Marien werd geboren op 4 juli 1939 in Ossendrecht, een dorp in het uiterste westen van de provincie Noord-Brabant. Hij was de oudste van 9 kinderen; 4 jongens en 5 meisjes. Na de lagere school ging hij naar de klein-seminaries van de Witte Paters in Sterksel en Santpoort. Zijn verdere opleiding bracht hem naar Boechout (België), Esch bij Boxtel, Dorking (Engeland) en Eastview (Canada). Op 25 juni 1964 werd hij lid van onze Sociëteit door het afleggen van de missionariseed. Hij werd priester gewijd in Roosendaal op 3 juli 1965.

Marien kon goed leren en behoorde vaak bij de besten van de klas. Hij was soms een beetje gesloten maar kon ook heel hartelijk en verwelkomend zijn. Zijn verlangen om missionaris te worden werd gesteund door een geest van openheid voor nieuwe dingen en door zijn bereidheid om voor mensen klaar te staan. Hij was toegewijd en wilde alles tot in perfectie doen.

Na zijn priesterwijding vertrok Marien naar Tanzania. Hij leerde Swahili in Kipalaplala, maar moest daarna ook Kiha leren omdat hij naar het bisdom Kigoma werd benoemd. Na ruim 3 jaar in het basispastoraat gewerkt te hebben, werd hij in 1969 verantwoordelijke voor het lekenapostolaat in het hele bisdom: vrouwenbewegingen, parochieraden, jeugdgroepen, het Marialegioen en nog veel meer. Marien vond het heerlijk werk, want op deze manier kwam hij in contact met vooral jongeren en jongvolwassenen die iets meer wilden doen in en met de christengemeenschap. Bovendien waren het ook de eerste jaren na het Tweede Vaticaans Concilie en de eerste jaren van de onafhankelijkheid van Tanzania.

Van 1978 tot 1979 was Marien leraar godsdienst en Engels op het kleinseminarie in Ujiji. Het was een heel nieuwe uitdaging en hijzelf schreef daarover: “Ik werkte als een paard om mijn lessen degelijk voor te bereiden”. Dat was de manier van werken van Marien: degelijk en perfect. Later zou Marien graag vertellen dat hij het fijn vond oud-leerlingen van dit klein-seminarie te ontmoetten. Hij had gedacht dit werk voor meerdere jaren te zullen doen, maar na een jaar al kreeg hij een andere benoeming.

In het begin van de jaren ‘80 begonnen de Missionarissen van Afrika met het werven van Afrikaanse leden. Marien werd gevraagd om het roepingenpastoraat voor onze Sociëteit in Tanzania en Kenya op te zetten. Hij bezocht middelbare scholen en universiteiten en, waar mogelijk, startte hij roepingen-clubjes. Als een jongere besloot om onze opleiding te gaan volgen, dan ging Marien ook bij zijn ouders en leraren en bij de pastores van zijn parochie op bezoek.

In Tanzania waren er in die tijd ongeveer 25 orden, congregaties en sociëteiten, die elk een roepingenpastor hadden. Deze pastores kwamen elk jaar enkele dagen bijeen voor bijscholing en om ervaringen uit te wisselen. Onder voorzitterschap van Marien ontstond het idee om nauwer samen te werken met de missionaire groepen. Zodoende ontstond in 1986, met goedkeuring van de Vereniging van Provinciale Oversten en van de Bisschoppenconferentie, de Nationale Commissie voor Missiebewustwording.

In 1986 vroeg de Provinciale Overste aan Marien om roepingenpastor te worden in Nederland, met als standplaats onze gemeenschap in Rotterdam. Het was een heel andere situatie dan in Tanzania en dus was ook de ervaring heel anders. In Tanzania leefde Marien in een levendige geloofsgemeenschap die vooruit wilde, die iets op wilde bouwen. In Nederland kwam hij een geloofsgemeenschap tegen die een beetje aan het afbrokkelen was en eerder dacht aan afbouwen. Marien schreef in die tijd: “Het verhaal van mijn missionarisroeping en van mijn missionaris-zijn vinden de jongeren wel interessant maar ze vinden dat roeping niet meer van deze tijd is”. Hij gebruikte de term “Samuel-effect” om aan te geven dat jongeren misschien wel de roepstem van God hoorden, maar dat hun omgeving vaak tegen hen zei dat ze weer konden gaan slapen. Zijn ervaring in Nederland was voor hem een persoonlijke verrijking, maar heeft geen nieuwe leden voor de Sociëteit opgeleverd.

In 1991 vertrok Marien weer naar Tanzania waar hij directeur werd van het Swahili Taal- en Cultuurcentrum in Kipalapala, het centrum waar hij in 1965 zelf Swahili leerde. Hier kon hij zijn kennis van taal en cultuur overdragen aan nieuwkomers. Het was een periode waarin hij veel van zijn kwaliteiten kon laten gedijen. Hij gaf elke dag les in de grammatica van het Swahili, terwijl het verrijken van de woordenschat en de conversatielessen werden verzorgd door Tanzaniaanse leraren. Ook gaf Marien inleidingen op gebruiken en gewoonten en vertelde over de sociaaleconomische geschiedenis van het volk. Op die manier leerden de cursisten de taal in de context van het land en van de bevolking: een soort ”Tanzanian Way of Life” cursus. Met zijn wil om bij de tijd te zijn voerde hij in Kipalapala het gebruik van de computer in. Hij voerde de grammatica in de computer in en maakte van de gelegenheid gebruik om de grammatica volledig te herzien. Samen met een Tanzaniaanse leraar schreef hij een soort vervolgverhaal met heel korte hoofdstukjes. Voor elke dag was er een nieuw hoofdstukje met een paar nieuwe woordjes of een nieuwe zinsconstructie.

Na zoveel jaren in specifieke taken en situaties gewerkt te hebben kon Marien in 1996 weer teruggaan naar het basispastoraat, en wel in de parochie Kaliua. De parochie lag in een afgelegen streek van het bisdom Tabora en telde ongeveer 100.000 inwoners waarvan meer dan 50% nog aanhanger was van de traditionele godsdienst. Daarnaast waren er 10.000 katholieken, 10.000 leden van andere christelijke kerken en 22.000 moslims. Er was dus voldoende gelegenheid voor allerlei vormen van ontmoeting en dialoog. Samen met zijn confraters en medewerkers probeerde Marien handen en voeten te geven aan die dialoog door het begeleiden van maatschappelijke veranderingen.

In de eerste plaats hielpen ze mensen om meer bewust te worden van hun eigen waarden, mogelijkheden, inbreng en verantwoordelijkheid. Ook zetten ze kleine projecten op om de christengemeenschappen financieel zelfvoorzienend te maken. Een groot probleem was het feit dat jongeren niet meer in de traditionele landbouw wilden werken, terwijl er maar heel weinig gesalarieerde banen waren. Hoe houdt je jongeren gebonden aan hun streek als er geen toekomst is? Marien liet zich bij deze problematiek inspireren door een tekst van het evangelie van Johannes: “Dat zij leven mogen hebben, en wel leven in overvloed” (Joh. 10, 10). De kwaliteit van leven verhogen voor ieder mens, was zijn ideaal.

In 2006 nam Marien definitief afscheid van Tanzania en kwam naar Nederland, waar hij zijn intrek nam in het Provincialaat in Dongen. Bijna 6 jaar lang vervulde hij de taak van provinciaal secretaris en archivaris. In die periode werkte hij ook aan het opstellen van een uitgebreid levensverhaal van elke confrater. Een mooi werk dat hij deed met precisie en aandacht voor details.

In 2012 besloot Marien naar Heythuysen te gaan waar de bouw van nieuwe appartementen juist gereed was. Hij was klaar voor een nieuw hoofdstuk in zijn leven. Hij keek met veel voldoening terug op zijn missionarisleven en zei vaak dat hij regelmatig de juiste mensen had ontmoet, Tanzaniaanse mannen en vrouwen, oud en jong, die hem verder hadden geholpen. Hij schreef over hen: “Zij waren voor mij Jezus in werkkleding”.

Marien bleef actief in de gemeenschap en was onder meer een gewaardeerde voorganger in de Eucharistievieringen. Ook droeg hij veel bij aan onze Contactbrief door het via internet verzamelen van positief nieuws over Afrika. Hij bleef dit doen, ook toen zijn gezondheid meer en meer achteruitging en zijn krachten verminderden. Hij hechtte eraan om ook voor zichzelf een kwaliteit van leven te bewaren. Hij bleef trouw aan zijn kopje koffie met sigaretje, trouw aan zijn familie en vrienden en trouw aan de gemeenschap. Op zondag 15 mei was hij nog aanwezig bij onze zondagavondborrel. Een dag later, op maandag 16 mei, is hij vrij plotseling gestorven.

Op zaterdag 21 mei 2022 zullen we om 14.30 uur afscheid nemen van pater Marien van den Eijnden tijdens een Eucharistieviering in de kapel van Huize St. Charles in Heythuysen en hem ter ruste leggen op het kerkhof aldaar.

Omdat de coronapandemie nog steeds niet helemaal tot het verleden behoort, wordt u ver-zocht om bij lichte verschijnselen van ziekte of bij twijfel niet naar de uitvaart te komen. Bent u gezond en is er geen twijfel, dan bent u van harte welkom.

Namens de familie:

Emile van den Eijnden
Kasteelstraat 5
4641 JM Ossendrecht

Namens de Witte Paters:

Jozef de Bekker
Op de Bos 2
6093 NC Heythuysen


Homepagina | Contact | Overzicht van de site | | Statistieken van de site | Bezoekers : 813 / 389504

De activiteit van de site opvolgen nl  De activiteit van de site opvolgen Onze overledenen  De activiteit van de site opvolgen Jaar 2022.   ?

Site gebouwd met SPIP 4.2.14 + AHUNTSIC

CC BY-SA 4.0