Missionarissen van Afrika.
(witte zusters en witte paters)
(NL).

Contactbrief 2e kwartaal 2011.

zondag 17 juli 2011 door Webmaster

Omslag-Contactbrief_juni-2011


IN
DEZE
AFLEVERING

.-.-.-.-.-.


  • Missionarissecretaris of ....?

  • Vooraankondiging V.O.W.P.

  • Goud: 1961 - 2011 in Veghel

  • Column

  • Apostolaat in een gevangenis

  • Onze overledenen:

  • In memoriam:
      P. Kramer
        F. Pennings
          J. v. Rest
            J. de Rooij

          • Foto’s:
          • Uit eigen archief
          • H. Herrity (1 foto)
          • Onbekend (1 foto)

          .-.-.-.-.-.-.-.-.


p. Marien van den Eijnden:

Missionarissecretaris of secretarismissionaris ?


Sinds 2007 is hij in functie,
de secretaris van de
Witte Paters van de
‘sector Nederland’
zoals dat wordt genoemd.
Hier schrijft hij over zijn werk.

.-.-.-.-.-.-.

Toen ik een tijd geleden gevraagd werd om secretaris te worden, aanvaardde ik het zonder veel enthousiasme. Wel geef ik mezelf, want er moet iemand zijn om het te doen en toevallig heb ik er enige kwaliteiten voor. Ik laat me inspireren door Jezus die de voeten van zijn volgelingen wast.

Toen ik in 1990 directeur werd van ons taalcentrum in Tanzania, voerde ik de computer in. Als secretaris in 2008 had ik een vervolgcursus nodig. Maar de computer verrast me nog regelmatig, prettig en minder prettig.

Overdragen aan anderen wat overgedragen kan worden
Een medebroeder is zo goed om de brieven te posten en ik bedong dat het publiceren van de Schakel en De Contactbrief niet langer de taak van de secretaris zou zijn. Het afhandelen van vernieuwing van rijbewijzen kon ik overdragen aan het bureau van de financiële administratie. Maar zelfs zonder dat bleek er méér werk te zijn dan ik verwachtte, werk dat constante concentratie vereist. Veel daarvan heeft te maken met ‘taal’: Rapporten, notulen, brieven, formulieren en levensverhalen moeten zo duidelijk mogelijk verwoord worden. Dat is het onderdeel waar ik plezier in schep. Afkortingen en acroniemen zijn vaak een mysterie. Daarom heb ik er lijsten van aangelegd! Bovendien wordt een secretaris steeds ingehaald door gebeurtenissen en moet hij belangrijke feiten najagen, zoals adreswijzigingen of juiste data. Bij het uitgeven van een adresboekje kan iemand diezelfde dag nog zijn e-mail adres weer veranderen! Iemand liet ons zijn adreswijziging niet weten en durfde toen te klagen dat onze kaart bij gelegenheid van zijn jubileum hem te laat bereikte!

Afrika en ‘missie’
In Afrika leven en werken nog 39 medebroeders van onze sector Nederland. Door hun bijna dagelijkse brieven ontvang ik heel veel informatie over mensen en landen in Afrika. Dit voedt mijn missionaire geest. Ik zie het als een onderdeel van mijn ‘missie’ om die informatie door te geven aan onze sectoroverste, aan de redactie van De Contactbrief en aan hen die onze website bijhouden. Via hen komt die informatie bij vele anderen terecht. Wanneer ik, bij hun overlijden, de levensverhalen van mijn medebroeders opmaak, ga ik door hun persoonlijke dossiers heen. Het fascineert mij om te zien hoe hun levens zich ontvouwden. Ik probeer dan te ontdekken wat hen bewoog en inspireerde en welk aspect van Jezus, de eerste missionaris, zij vooral beleefden. Gewoonlijk ben ik vol bewondering voor het werk dat zij verzetten.

Leuke voorvallen
Ik was eens geconcentreerd bezig met de notulen toen de telefoon ging. De moeder van een confrater, werkend in Afrika, wilde hem bezoeken. Op de ambassade van dat land om een visum te krijgen, liet zij zich ontvallen dat zij wat kooklessen zou geven aan de kok. Alarmbellen gingen rinkelen! “Ah, maar dan hebt u een werkvergunning nodig!” Pas na druk overleg stemde de ambassade er mee in dat een brief van de sectoroverste met de garantie dat het om maar een paar lessen ging, voldoende zou zijn.

Wat doet een secretaris dan?

  • Dagelijks werk ik de e-mails en brieven af, waarvan ik de voornaamste informatie doorgeef aan de sectoroverste. Met wat geluk ben ik er mee klaar vóór het middageten. Regelmatig wordt er om inlichtingen gevraagd betreffende overleden en uitgetreden confraters, of over iemand die “ergens in Afrika” werkte. Enigen zijn blijkbaar een familieboek aan het schrijven en proberen dan om mij hún onderzoekswerk te laten doen!
  • Maandelijks laat ik de computer alle gesprekken van de 32 telefoontoestellen in ons huis berekenen, en maak er een afdruk van voor ons bureau financiële administratie. Elke maand weer een spannende bezigheid omdat ik gewoonlijk de juiste, nogal ingewikkelde, procedure ben vergeten.

  • Ik verstuur ons internationale WP-tijdschrift Petit Echo en andere stukken van ons internationaal hoofdbestuur en van onze Europese verantwoordelijke. In het Engels of in het Frans.
  • De agenda voor de maandelijkse vergadering van het sectorbestuur stel ik op en stuur die uit, neem de notulen op, brei die recht, meteen in het Engels en stuur die naar de leden en naar het hoofdbestuur.
  • Ik stuur een door alle huisgenoten getekende kaart voor de verjaardag of jubileum van elk van onze leden. Ik erfde twee dames die de kaarten voor ons maken.
  • Jaarlijks fotokopieer ik ongeveer 150 nieuwe adresboekjes. Ik bereken de statistieken van het jaar. Om de zoveel jaren fotokopieer ik 50 bijgewerkte vakantie gidsen

Regelmatige gebeurtenissen

  • Bij het overlijden van een naast familielid of een vriend van een medebroeder stuur ik een condoleancekaart. Wanneer een medebroeder van onze sector overlijdt, is er veel werk, zelfs tijdens het weekeinde: adressen opzoeken, een levensbeschrijving maken, uitnodigingen rondsturen voor de begrafenis enz.
  • Vakanties: Wij hebben nog 39 Nederlandse medebroeders in het buitenland; het hele jaar door zijn er wel enigen op verlof. Ik stuur een steeds bijgewerkte lijst rond met data van aankomst en vertrek, vakantieadres . . . Naar de verlofgangers moet een woordje van welkom gestuurd worden, ook een adresboekje, een vakantiegids, en andere paperassen. Voor een ieder van hen moet een aanvraag ingediend worden voor subsidie van “Mensen met een Missie” (uit de Pinkstercollecte). Samen wel € 20.000, - per jaar.
  • Ik hoor de voorraad van velerlei kantoorbehoeften zo nodig aan te vullen, vooral enveloppen!
  • Dan het steeds maar bijwerken van een variatielijsten, en naam- en adresstickers.

    Bij het ouder worden
    Hoe de werklast te verlichten? Wie zal het mettertijd overnemen? Veel zou door een leek gedaan kunnen worden. Er moet een Boze Geest zijn die iets tegen secretarissen heeft, want juist wanneer ik denk dat ik bij ben in mijn werk en het een paar dagen gemakkelijker zal krijgen, schept die plotseling een lawine van brieven, e-mails en zaken die wedijveren om mijn onmiddellijke aandacht. Ik weet niet of het ligt aan mijn temperament of aan mijn leeftijd, maar het werktempo is te hoog en het aantal zaken is te verscheiden voor mij. Niet helemaal als grap, maar deels serieus, zeg ik wel eens dat ik een artikel ga schrijven over Ouderenmisbruik in katholieke instellingen.

    Marien.vantanzania@hetnet.nl


    Vooraankondiging

    VERENIGING OUD-STUDENTEN
    WITTE PATERS

Reünie op zaterdag 1 oktober 2011
bij de Witte Paters, Modestusstraat 20, 5101 BP DONGEN
Telefoon 0162 - 313845


Voor deze reünie worden uitgenodigd:

  • alle oud-studenten met echtgenote/partner,
  • alle in Nederland vertoevende Missionarissen van Afrika,
  • alle oud-Missionarissen van Afrika met echtgenote/partner.

De ontvangst is vanaf 10.00 uur. Degenen die de Eucharistieviering willen bijwonen kunnen dit doen om 11.00 uur in de kapel. De afsluiting van de dag zal rond 16.00 uur liggen.

Ben Milpas zal zijn ervaringen vertellen en foto’s laten zien van zijn trektocht door Afrika zoals Henry Morton Stanley, met in zijn kielzog de eerste Witte Paters, die in 1878 maakte.
Voor een voorproefje zie: [http://www.mensenmeteenmissie.nl/content/mission-post-igunga].

Kijk ook eens op www.lavigerie.nl en op www.thepelicans.co.uk

De kosten voor de reünie en van de jaarcontributie worden in een volgende convocatie bekend gemaakt met de wijze waarop de verschuldigde bedragen kunnen worden overgemaakt.
Eenieder wordt aangespoord aan bekenden kennis te geven van de reünie, zodat wij op deze manier ons bestand kunnen uitbreiden.

Wij zien U gaarne op 1 oktober nu voor de 9e keer in DONGEN.

Met vriendelijke groet,

Kees (C.H.N.) Veenhof, secretaris.
Herenweg 83 A,
2105 MD Heemstede.
Telefoon 023 - 5281101
veenhofc@telfort.nl


Goud 1961 - 2011

Prietserwijding in 1961 te Veghel
Op 2 februari 1961 werden 15 Witte Paters priester gewijd door Mgr. W. Bekkers, bisschop van ’s Hertogenbosch in de St. Lambertuskerk te Veghel.
v.l.n.r. H .v.d. Ven – G. v. Erp * – H. v.d. Steen – T. Nieland * – P. Buijsrogge –G. Smulders – J. Mol – P. Horsten – N. Kragten † – C. Wouters † - M .v.d. Ven– P. Couwenberg † – P. v. d. Heuvel - W. v. Berkel † - J. Witjes.

p. Martien van de Ven schrijft over hun jubileum als volgt:

Charles Martial Lavigerie werd na zijn priesterwijding in 1849 en, na verdere studie aan de Sorbonne, de theologische faculteit in Parijs, benoemd tot directeur van het ‘Werk Oosterse Scholen’, een charitatieve instelling ter ondersteuning van christelijke scholen in het Midden Oosten.

Heel lang geleden
Hij zette zich in voor de eigen identiteit van de Oosterse christenen.
Hij werd er geconfronteerd met verdeeldheid tussen christenen en moslims en verzette zich tegen het opkomend religieuze fundamentalisme. Dit inspireerde hem het missiewerk in de islamitische wereld meer gestalte te geven.

Na zijn benoeming tot aartsbisschop van Algiers stichtte hij, in 1868, voor dit doel de Sociëteit van de Missionarissen van Afrika (Witte Paters) en een jaar later de Missiezusters van Onze Lieve Vrouw van Afrika (Witte Zusters). De richtlijnen die hij zijn volgelingen gaf waren eigenlijk strikte voorwaarden tot toelating. De toekomstige missionaris moest onvoorwaardelijke liefde voelen voor Afrika en de Afrikanen. Vanaf het begin werd er rekening gehouden met de identiteit van de lokale bevolking. Voordat een Witte Pater aan zijn werkelijk missiewerk mocht beginnen, moest hij aan drie voorwaarden voldoen: de taal van de mensen spreken, hun voedsel eten en hun kleding dragen. Keizer Napoleon III (1808-1873) steunde zijn missiewerk, maar de plaatselijke ambtenaren probeerden zijn inspanningen te dwarsbomen, niet in het minst omdat Lavigerie fel tegenstander was van slavernij. Door de jaren heen breidde zijn missiegebied zich uit over het hele Continent Afrika en verbonden mannen en vrouwen van vele nationaliteiten zich aan de twee stichtingen van Lavigerie.

Veghel 1961 - - - - - - Veghel 2011
Wij, vijftien Nederlandse jonge seminaristen waren door de missionariseed lid geworden van de Sociëteit van de Witte Paters en werden op 2 februari 1961 in de Lambertus-kerk in Veghel door Mgr Bekkers (1908-1966) tot priester gewijd. In zijn homilie wees bisschop Bekkers erop dat wij niet alleen gezonden werden door de Witte Paters, maar door de hele kerkgemeenschap. We voelden ons missionaris, uitgezonden om het ideaal van Jezus van Nazareth uit te dragen: van deze wereld een beter leefbare plaats te maken. Dat was vijftig jaar geleden.

Dus nu ons Gouden jubileum. Ons plan was om dit gezamenlijk te vieren in een eucharistieviering in de kerk waar we gewijd waren, werd door de parochie met enthousiasme ontvangen. De opdracht van de Kerk missionair te zijn kon hierdoor weer eens centraal gesteld worden. Een enthousiaste M.O.V.-groep begon aan de voorbereidingen.

Op zondag 1 mei was de viering. Vijf van onze medewijdelingen zijn overleden. Hun foto’s stonden op het altaar. Familieleden en vrienden, ook van de overleden confraters, waren aanwezig. De liturgische gezangen werden met Afrikaans ritme en dans verzorgd door het Enga - Afrika Koor.

Iedere jubilaris was gevraagd een korte levensbeschrijving te geven: Wie ben je? In welk land werk je of heb je gewerkt? Wat heb je in die vijftig jaren zien veranderen in jezelf, in het land waar je werkt en ook in het missiewerk? Hoe zie je de toekomst van missie? Prachtige persoonlijke verhalen. Ze zijn door de M.O.V.-groep gebundeld in een boekje van goed vijftig bladzijden, voor 55% gesponsord door Drukkerij Bek Veghel. Dit boekje werd ons op het einde van de dienst officieel aangeboden en was ook beschikbaar voor alle kerkgangers.

Na de dienst gaf het Barbara Gilde de vendelgroet en verzamelde onze groep zich in het Restaurant & Conferentiecentrum Ambiance voor een echte Brabantse Koffietafel.

Het vieren van ons jubileum op deze wijze was een groot succes.
En voor nu –

Ad multos annos!

mjmvdven@gmail.com
De feestvierende gouden jubilarissen



Jan Mol
Gedelegeerd Overste
Missionarissen van Afrika in Nederland

Overweging tijdens

de eucharistieviering

op 1 mei in Veghel

2 februari 1961: 15 Nederlandse Witte Paters werden die dag in deze Lambertuskerk te Veghel door bisschop Bekkers priester gewijd. Dit jaar is dat 50 jaar geleden. Een van de jubilarissen opperde het mooie idee om dit gouden priesterjubileum samen te vieren op de plaats en in de kerk, waar het toen gebeurde, hier dus in deze kerk. Maar we wilden het niet vieren op een koude winterdag in februari, maar lekker in de zomer. Zo werd het 1 mei. Deze parochie en ook de plaatselijke MOV-groep vonden het een geweldig idee, en er werd met mens en macht gewerkt om van deze jubileumviering iets moois te maken. Vandaag zijn we dan zover: “Dit is de dag die de Heer gemaakt heeft, wij gaan hem vieren met blijdschap”, zegt psalm 118.

Wij zijn blij dat U, familieleden en vrienden, zo talrijk op onze uitnodiging bent ingegaan en vandaag naar Veghel bent gekomen. Fijn ook dat familieleden van onze overleden collega’s, die 50 jaar geleden met ons werden gewijd, hier aanwezig willen zijn. Wij wilden van meet af aan hen erbij betrekken. Hun foto’s staan op het altaar:

  • Wim van Berkel, uit Tilburg, missionaris in Zambia,
    overleden op 11 augustus 1981;
  • Chris Wouters, uit Schijndel, missionaris in Zambia,
    overleden op 15 mei 1991;
  • Piet Couwenberg, uit Beek en Donk, missionaris in Malawi,
    overleden op 11 december 1993;
  • Nico Kragten, uit Utrecht, missionaris in Burundi en Tanzania,
    overleden op 18 januari 2005;
  • Harry van de Ven, uit Zijtaart, missionaris in Congo,
    overleden op 27 januari 2008.

Waar leefden en werkten wij?
In verbondenheid met hen en met U allen willen wij vandaag in vreugde en grote dankbaarheid ons jubileum vieren. Dankbaar omdat wij allen mogen terugkijken op mooie en vruchtbare jaren, in dienst van onze medemensen in Afrika, in de verschillende landen waar wij mochten werken: in Malawi en Zambia, in Tanzania en Uganda, in Rwanda, Burundi en Congo, in Ghana, Burkina Faso en Tunesië. Allen hebben wij ons hart verloren aan Afrika en aan het land waar wij mochten werken, aan de Afrikaanse mensen en volken, de Afrikaanse wereld. Afrika heeft ons blijvend getekend.

Oh! Het was niet altijd gemakkelijk. Velen van ons hebben moeilijke momenten beleefd, samen met de mensen daar. We kwamen daar aan, toen verschillende landen juist hun onafhankelijkheid hadden bevochten. Er waren soms hevige conflictsituaties en ware oorlogen, we ontmoetten veel armoede en ook wel honger. Maar ook deze momenten waren uitdagingen voor ons, voor een nieuwe inzet en een andere invulling van onze missionaire aanwezigheid. Al doende leerden wij steeds beter ontdekken waar het in feite allemaal om ging: gewoon naast mensen staan, een leven van breken en delen. Juist op momenten dat je dacht niets meer te bieden te hebben en nutteloos te zijn, te ontdekken dat het niet zozeer gaat om wat je allemaal doet, maar meer om wat je bent: ook je eigen kwetsbaarheid en onmacht met mensen delen. Er gewoon zijn, met mensen op weg, meeleven en vaak ook meelijden. Medemens worden.

Alles voor allen zijn
We hebben getracht, steeds weer opnieuw, ons in te leven in de voor ons verschillende culturen en gewoontes, de taal te spreken van mensen waar wij tussen woonden en werkten, een van hen te worden. Onze stichter, kardinaal Lavigerie, noemde dat “alles voor allen zijn”. Hij deed niets anders dan de woorden herhalen van de Apostel Paulus, in de tekst die wij zojuist nog konden beluisteren in de eerste lezing. Steeds weer een uitdaging, vaak moeizaam, maar daar gaat het wel om. Met vallen en opstaan hebben we moeten leren wat het wil zeggen: naast mensen te gaan staan. Vaak hebben we de indruk gehad meer ontvangen te hebben in Afrika dan te hebben gegeven.
Uw Rijk kome!
We waren uitgezonden om, volgens het evangelie dat we gelezen hebben: tegen de mensen te zeggen dat het Koninkrijk Gods nabij is. We hebben steeds beter begrepen dat dit wil zeggen, mensen hoop geven dat een betere wereld en samenleving mogelijk is, waar plaats is voor iedereen, wie of wat hij of zij ook is en doet. Dat het anders kan, door de inzet van iedereen. Mensen bij elkaar brengen, zodat we oog hebben voor elkaar, ons solidair weten met elkaar, ongeacht afkomst en religie, huidskleur, natie of ras. We zijn allemaal kinderen van eenzelfde Vader, allemaal mens met en voor elkaar. Ja, het is mooi om dat te mogen verkondigen als de blijde boodschap, Jezus achterna. Dat hebben wij getracht te doen, iedereen op zijn eigen wijze, maar enthousiast door eenzelfde geest.
Ook al zijn wij nu allemaal bejaard, en ook al komen er hier in Nederland geen jongeren meer naar voren om zich bij ons aan te sluiten, wij hebben het volste vertrouwen, en wij zien het ook gebeuren, dat er velen zijn die dit alles willen voortzetten. Wij, als Witte Paters, zullen binnenkort verdwijnen,
maar missie gaat door. Het is een grote vreugde voor ons dat het werk doorgaat en dat mensen blijven geloven in en zich blijven inzetten voor die nieuwe wereld, die nieuwe aarde, die nieuwe hemel, die nieuwe samenleving. Wij blijven zeggen dat die wereld steeds dichterbij komt, en, als we goed rondkijken, er al is. Er gebeuren hier en in Afrika prachtige dingen van ware solidariteit, over de grenzen van verschillen heen, wereldwijd. Wij kunnen in dankbaarheid ons gouden jubileum vieren, want missie gaat door, dat weten wij, dat zien wij. Dank dat jullie dat allemaal met ons wilt delen vandaag. Samen blijven wij ons voor dat ideaal inzetten. Dank.
Verbroedering.

Mee - leven

Mee - lijden

Samen
breken en delen

Verbroedering -
Alles voor allen zijn!

sectorwfned@kpnmail.nl


p. Martin Balemans
(sinds eind 1959 missionaris in Ghana):

Apostolaat in een gevangenis


Apostolisch werk in een gevangenis is net zoals dat gedaan wordt in een gewone parochie, maar toch is het heel anders, want de omstandigheden zijn zo heel anders.

. - . - . - . - . - . - . - . - . - .

De stad Tamale in Ghana heeft een vrij grote gevangenis, die meer dan 60 jaar geleden werd gebouwd en bestemd was voor 90 gevangenen. Nu, in 2011, zijn er ruim driehonderd gevangenen in diezelfde ruimte: drie grote gebouwen met binnenin, aan beide kanten, stapelbedden tegen de muur. Er blijft net genoeg ruimte om tussen die rijen bedden door te lopen. In ieder van die drie gebouwen slapen 70 mensen op 30 bedden. Er is een vierde gebouw en dat is bestemd voor de 90 tot 100 gedetineerden, die nog op hun vonnis wachten. Dat vierde gebouw is een slaapzaal zonder bedden. Als ‘s avonds iedereen op de grond gaat liggen, is er genoeg plek voor 40 mensen, maar de grond is dan ook vol. Op het ogenblik is er één lunatic in deze gevangenis, ook één ter dood veroordeelde en er zijn 11 mannen met levenslang. Er zijn maar weinig vrouwen en die hebben hun eigen afdeling met genoeg plek voor eenieder.

Ongeveer 100 mensen zorgen voor deze 300 gevangenen, iedereen inbegrepen: keukenpersoneel bewakers, administratie, enz. Alle gevangenen moeten om 6.00 uur ’s avonds binnen zijn, de gebouwen worden gegrendeld en gaan de volgende ochtend om 6.00 uur pas weer open. De gevangenen kunnen de dag doorbrengen in de buitenlucht: kaarten, spelletjes doen, buurten, naar de tv of video kijken enz. of binnen op bed liggen. Als het regent moeten alle gevangenen naar binnen en worden de deuren gegrendeld ….. totdat het ophoudt met regenen. Afgezien van kleine karweitjes zoals houthakken voor het open vuur om eten te koken of voedsel aandragen, zijn er geen activiteiten voor de gevangenen.

Eten wordt eenmaal per dag gekookt en is bestemd voor twee maaltijden: de helft voor het middagmaal en de andere helft voor ‘s avonds. Ghanezen kunnen urenlang met elkaar praten, ook urenlang hetzelfde spelletje spelen. Ik heb iemand gekend die heel graag damde. Hij begon iedere avond om 7.00 uur en was dan nog bezig als ik om twee uur in de ochtend wakker werd. Ik heb dus de indruk dat de hele dag “NIETS” doen of spelletjes spelen, geen grote opgave is voor hen. Ze zeggen altijd dat ze niet graag in de gevangenis zitten. Dat geloof ik best.

Eucharistieviering
Om de andere zondag ga ik om 9.00 uur naar de gevangenis om er de eucharistie te vieren voor ongeveer 60-80 mensen. De viering is onder een veranda en zij zitten op banken in twee rijen tegenover elkaar zoals in koorbanken Zij doen actief mee, hebben een kerkkoortje en zingen uit volle borst.

Kinderen van God, wij allemaal!
Je krijgt de indruk dat je de eucharistie viert voor een groep gegrepen katholieken van eenvoudige huize. Bij de vredeswens houden we elkaars handen vast, een grote kring vormend en dan zingen we uit volle borst: Wij zijn allemaal kinderen van God, en broers van elkaar. Om eerlijk te zijn, als ik dat meezing met hen, denk ik dikwijls : eigenlijk ben ik geen snars beter dan deze mensen die hier vastzitten, alleen Je krijgt de indruk dat je de eucharistie viert voor een groep gegrepen hebben zij het minder goed getroffen in het leven dan ik. Dan is het niet moeilijk voor mij om met volle borst mee te zingen: We zijn allemaal broers van elkaar. De meesten zijn nooit naar school geweest. Als je beseft dat in Ghana de helft van hun leeftijdgenoten naar school is gegaan, dan weet je ineens dat je met de onderlaag van de samenleving te doen hebt. Ze zijn ook allemaal arm. Er zijn geen rijke mensen in de gevangenis.
De meeste gevangenen lijken mij sterke kerels en ik denk dikwijls: Wat zou ik die mensen graag te werk stellen in de stad waar zo veel te doen is, al was het alleen maar voor de vuilnisdienst. Dan moet je natuurlijk wel dat vuil dat overal langs de weg ligt, eerst bij elkaar brengen. Maar ook dat zou een goede werkverschaffing zijn. Aan de geur merk ik ook dat ze, om zichzelf én hun kleren te wassen niet genoeg zeep hebben. In voorbije jaren heb ik hun hier wel eens mee kunnen helpen, maar het is ondoenlijk om dat regelmatig te doen voor meer dan 300 mensen.

Gevangenisapostolaat is een zinnige en mooie manier om met deze mensen in contact te komen en natuurlijk vertellen ze me wel eens vertrouwelijke dingen. Maar vooral: de gevangenen hebben een eucharistieviering en komen in contact met de Heer.

martinbalemans@yahoo.com


Begraafplaats St. Charles

Gedenken
we
onze
Overledenen

_

  • 01-12-2010 Mw. C. Steenmans - v. d. Laak te Lichtenvoorde,
    zus van p. A. v.d. Laak.
  • 30-12-2010 Mw. A. Kouwenhoven - Hendriks te De Haag,
    zus van p. Theo en oud-confrater N. Hendriks
  • 02-02-.2011 Dhr. A. Derksen te Kampen,
    broer van p. G. Derksen
  • 21-02-2011 Dhr. J. van Erp te Uden,
    broer van br. T. van Erp .
  • 24-02-2011 Mw. H. de Jonge - Moné te Beverwijk,
    moeder van oud-medebroeder H. de Jonge.
  • 28-02-2011 Mw. A. Schakenraad te Den Dungen,
    zus van p. W. Schakenraad.
  • 09-03-2011 Mw. F. v. Roessel te Tilburg,
    zus van p. F. v. Roessel .
  • 14-03-2011 Zr. Oda Hesselman, Msola, te Warmond.
  • 01-04-2011 Mw. T. v. Zutphen - van der Wielen,
    schoonzus van br. L. v. Zutphen.
  • 11-04-2011 Mw. M. van Lit te Breda,
    moeder van onze medewerkster Mw. A. v. Lit.
  • 16-04-2011 Dhr. H. Hooyschuur te Roermond,
    vader van p. P. Hooyschuur.
  • 17-04-2011 Dhr. J. Groener te Eindhoven,
    broer van br. G. Groener.
  • 19-04-2011 Mw. B. Oppers – van Erp te ’s-Hertogenbosch,
    zus van br. A. van Erp .
  • 22-04-2011 Zr. Tonny Stortelder, Msola, te Boxtel
  • 26-04-2011 Mw. W. Logger – Koevoets te Vlijmen,
    zus van p. J. Koevoets .
  • 29-04-2011 Dhr. F. v.d. Laak te Morogoro, Tanzania
    broer van p. A. v.d. Laak.
  • 31-04-2011 Mw. B. Klijsen - van Zelst, te Dongen
    schoonmoeder van Dhr. Oprins
    onze boekhouder in Dongen.

    Mogen zij allen rusten in vrede.
    Laat ons bidden.


pater Piet Kramer m. afr.
* ’t Zand (gem. Zijpe N-H) 11-09-1934 - † Dongen, 25-03-2011


Piet verbond zich aan onze Sociëteit door de missionariseed af te leggen in Totteridge, Engeland, op 11 juli 1961. Hij werd priester gewijd in Santpoort op 29 juni 1962. Met een gezond oordeel stond hij open voor andere opinies en legde de zijne frank en vrij uit. Hij was doortastend, kon wat impulsief zijn, maar was steeds opgeruimd en kwam enthousiast over. Hij legde gemakkelijk contacten.

Hij studeerde Nederlands op de Universiteit in Nijmegen en behaalde er zijn kandidaatsexamen. Toen onze seminaries in Sterksel en Santpoort dichtgingen, werd zijn wens om naar Afrika te gaan ingewilligd. In november 1967 vertrok hij naar Oeganda om in de parochie Bujuni, bisdom Hoima, pastoraal werkzaam te zijn. In de jaren 1971 - 1979 was Idi Amin President van Oeganda, een woelige periode, met gebrek aan van alles. Toch schreef hij in 1977: “Deze 10 jaar zijn wel de mooiste van mijn leven. Ik val erg in de mensen en het werk bevalt me”.
Op 01.09.1978 werd hij benoemd voor Nederland, werd lid van de Provinciale Raad en startte - samen met anderen - de Karibu (=welkom) gemeenschap in Nijmegen, bedoeld voor roepingenpastoraat en missieanimatie. Het was de tijd van asielzoekers en zo woonden er soms illegalen bij hen in, een Nigeriaan die medicijnen studeerde, ook wel een heel gezin. Er werd zelfs een baby geboren. Sommige medebroeders namen deel aan demonstraties voor de rechten van asielzoekers.

Op 1 juli 1982 werd hij Provinciaal van Nederland. Zijn stijl was informeel: toegankelijk voor medebroeders, hartelijke brieven naar missionarissen in Afrika, warme ontvangst wanneer zij op verlof kwamen en inspirerende homilieën bij uitvaarten. In 1983 werd de gemeenschap voor pastoraal werk in Sterksel opgezet; in 1986 werd Heythuysen aangekocht voor onze bejaarden; in september 1987 verhuisde de gemeenschap van St. Charles, Boxtel, naar St. Charles, Heythuysen. De gemeenschappen van bejaarden werden gesloten: Heeten in 1984 en Hoogland in 1986.
De verdeeldheid in de kerkgemeenschap in Nederland tot in onze eigen gemeenschappen toe, verontrustte hem. In 1985 schreef hij een lange brief naar elke medebroeder om zijn standpunt uit te leggen. In 1988, bij het einde van zijn mandaat, keek hij er op terug met de uitspraak: Een mens moet durven uitkomen voor datgene waar hij ten diepste in gelooft. Om hem in staat te stellen zich te herbronnen, nam de abt van de benedictijnenabdij in Egmond hem tijdelijk op als lid van hun gemeenschap. In die tijd zag Piet duidelijk in dat alles wat belangrijk was in zijn leven, hem was doorgegeven door de eeuwenoude kerkfamilie en door de 100 jaar oude WP-familie. Dat was sterker dan de twijfels die hij voelde.

Vanaf juni 1989 werkte hij in Zambia voor de geestelijke vorming van toekomstige Witte Paters. Tien jaar later verhuisde hij naar Kenia om er zich in te zetten voor de vorming van onze theologie studenten. Een jaar later werd hij weer provinciaal in Nederland en hij deed dat met dezelfde hartelijkheid en toegankelijkheid als in zijn eerste periode. In 2007 was hij wéér gevraagd voor de vorming van toekomstige Witte Paters, dit keer in India. Maar een jaar later werd hem een verblijfsvergunning geweigerd. En Piet kwam naar Dongen. Hoewel ‘op rust’, verleende hij enige zondagen per maand pastorale assistentie in de buurt, werd lid van onze sectorraad, werd gekozen als vertegenwoordiger van de sector bij het prekapittel. Half februari 2011 begon hij zich zeer onwel te voelen en het bleek ernstig te zijn. Commentaar van Piet: “Ik heb het altijd goed kunnen vinden met Jezus. Ik heb een goed leven gehad”.


Pater Frits Pennings, m.afr.
* Goes, 26-09-1922 - † Heythuysen, 11-02-2011


Na vijf jaar studie op het kleinseminarie van het bisdom Haarlem, verhuisde Frits naar Sterksel om missionaris te worden. Op 25 juli 1952 legde hij in St. Bonifatiushuis te ’s-Heerenberg de missionariseed af, en op 11 juni 1953 werd hij in Galashiels, Schotland, priester gewijd. Vervolgens vertrok hij naar het bisdom Mbala, Zambia, om er pastoraal werk te doen. Zijn zondagprogramma was als volgt: ‘Van 5.45 uur tot 9.30 uur biechthoren, daarna de eucharistieviering en een vergadering van de Katholieke Actie. Na het toedienen van het doopsel volgden gesprekken met mensen die raad zochten. Frits schreef dat plaatselijke catechisten heel goede diensten bewezen.

Een grote moeilijkheid was de Lumpa-beweging van zieneres Lenshina, die de katholieke kerk tegenwerkte. In de parochie van Frits waren katholieken van een achttal kerkdorpen naar die beweging overgestapt, maar Frits bleef contact zoeken én het onderhouden met hen. Na wat gepraat, nodigde hij hen uit samen even te bidden. Als hij zag dat meerderen het kruisteken maakten, merkte hij op: “Ik zie dat er hier ook katholieken zijn” en geleidelijk kwamen ze weer terug in de kerkgemeenschap. Eind 1954 schreef hij: “Ik ben hier erg gelukkig”. Zijn regionale overste schreef dat Frits een goed aandeel van het werk voor zijn rekening nam.

In augustus 1956 verhuisde hij naar Serenje, een “moeilijke missie”, volgens de bisschop, met veel Jehovagetuigen en protestanten. Frits werkte er 22 jaar. Nadruk lag er op eerste evangelisatie, want op zondagen kwamen slechts enkele katholieken naar de eucharistieviering. Vooral Jehovagetuigen bemoeilijkten hun werk. Frits noemde het een “pioniermissie” met genoeg evangelisatiewerk voor vier priesters en bouwwerk voor een broeder, maar zij waren slechts met twee paters.

In oktober 1979 verhuisde hij naar Chilonga, het verst weggelegen kerkdorp. Hij was er graag, al hadden hij en de pastoor heel verschillende karakters. Hij kon goed overweg met de bevolking, en de twee gemeenschappen Zusters waardeerden hem als zachtaardig en vriendelijk. In 1982 ontving Frits de koninklijke onderscheiding van Ridder in de orde van Oranje Nassau.

Na drie jaar in Ilondola, werd hij in 1986 benoemd voor Mulilansolo. Frits was toen 64 en de bedoeling was dat hij het wat kalmer aan zou doen. Maar drie medebroeders werden ziek, en de een na de ander moest voor behandeling naar zijn geboorteland. Twee jaar lang stond Frits er alleen voor. Frits deed wat hij kon doen. Maar tijdens zijn verlof in 1990 besloot Frits om definitief in Nederland te blijven.

In ons verzorgingshuis in Heythuysen maakte hij zich dienstbaar als chauffeur om medebroeders naar het ziekenhuis te brengen. Altijd stond hij klaar. Medebroeders en medewerkers vonden hem een lieve man met een zachte uitstraling en steeds vriendelijk. Zij genoten van zijn aparte gevatte humor. Iemand typeerde hem als een "goeierd zonder pretenties". Hij kon genieten van de natuur en van het gezelschap van de medebroeders en hij klaagde nooit. Vanaf 2010 ging zijn gezondheid steeds meer achteruit. Hij is rustig overleden in ijn appartement in de vroege morgen van 11 februari. Hij werd ter ruste gelegd op ons kerkhof in Heythuysen.


Pater Jan van Rest, m.afr.
* Schiedam, 18-01-1927 - † Weert, 17-02-2011


Jan studeerde in onze vormingshuizen in Sterksel, Boxtel en ’s-Heerenberg. Theologie studeerde hij in Monteviot House in Jedburgh, Schotland. Daar legde hij op 29 mei 1951 de missionariseed af en werd op 31 mei 1952 in de parochiekerk van Galashiels priester gewijd.

Hij had een goed verstand en een gezond oordeel. Soms kon hij wat autoritair overkomen en te veel zijn eigen weg gaan, maar hij was een goede organisator met oog voor detail en besluitvaardig. Onze medebroeder Adriaan van der Meer ( 1957) was een oom van hem. Vlak na zijn wijding ging Jan samen met zijn oom op propagandatournee. Na afloop was zijn reactie: “Ik heb méér waardering gekregen voor onze propagandisten, die dit zware, ondankbare werk geregeld moeten doen”.

Op 17 december 1952 vertrok Jan naar Ghana, om in de parochie Daffiema, bisdom Wa, pastoraal werk te doen. In juni 1954 werd hij benoemd als leraar op het grootseminarie in Tamale, maar vanwege een regelmatig terugkerende hoofdpijn moest hij na een jaar dit werk opgeven. In december 1956 ging hij terug naar het pastorale werk.

In de jaren 1959-1961 was hij verbonden aan onze propagandastaf in Rotterdam en hij trok door het noorden van ons land en gaf met plezier lezingen met dia’s. In oktober 1961 ging hij terug naar Ghana: eerst deed hij parochiewerk, daarna werd hij verantwoordelijk voor de vorming van aankomende leden van de beginnende Ghanese congregatie van de broeders van de H. Jozef. Toen in 1965 de broeders van Maastricht (F.I.C.) dat vormingswerk overnamen, kon Jan zich weer inzetten in het parochiewerk.

Maar zware hoofdpijnen bleven hem kwellen. Daarom kwam hij in januari 1973 definitief terug naar Nederland en werd godsdienstleraar op de scholengemeenschap Nieuwelant te Schiedam (nu: Maascollege). Geleidelijk aan ontwikkelde hij zijn eigen cursus, aangepast aan het niveau van de leerlingen in de bovenbouw van MAVO-LBO. Na 12 jaar ervaring liet hij die cursus drukken, gaf die de leerlingen in handen om tijdens de lessen in dialoog te gaan op de tekst. Jan vond het: “plezierig te ervaren dat een vrij groot aantal leerlingen met deze manier van godsdienst geven aanzienlijk beter uit de voeten kon dan met de vroegere methode”. Hij had de bedoeling met hen te praten en te denken en zo bij de leerling een proces op gang te brengen van kritisch nadenken. In de lessen Maatschappijleer kwam ook Afrika aan de orde. Dat werkte zó motiverend dat hij met vier leerlingen zijn oud missiegebied bezocht. Na zijn pensioen in 1992 gaf hij nog lange tijd bijlessen in bijna alle vakken.

Op zon- en feestdagen ging hij geregeld naar onze gemeenschap in Rotterdam voor een aperitief en een gezamenlijke maaltijd, en zij op haar beurt kwam van tijd tot tijd naar hem. Het werd een traditie dat op een winterse dag Jan die gemeenschap uitnodigde voor een, door hemzelf gemaakte, stevige erwtensoep met kluif. Eind december 2007 verhuisde hij naar Heythuysen. Hij was verzwakt en bracht zijn tijd door op zijn kamer: zittend, rokend, met een glaasje en de TV aan op de achtergrond. Hij was tevreden en gewend om alleen te zijn. In februari 2011 werd hij opgenomen in het ziekenhuis te Weert en daar is hij rustig overleden.


Pater Jozef de Rooij, m.afr.
* Nuenen, 23-06-1930 - † Heythuysen, 03-02-2011


Jozef verbond zich te ’s-Heerenberg aan onze Sociëteit op 10.7.1958. Na zijn studies theologie in Londen werd hij priester gewijd in Rotterdam op 2.2.1959. Hij had een gezond oordeel met kritische inslag. Wel was hij geneigd om eerst de schaduwzijden te zien, en kon dan heerlijk mopperen! Hij was een harde, toegewijde werker, altijd bereid dienst te verlenen.

Hij vertrok in 1959 naar Tanzania om er in het aartsbisdom Tabora pastoraal te werken in de parochie te Urambo. Hij leerde de taal en de gewoontes vooral door contact met de bevolking, o.a. door safari’s van bijna 0 dagen langs kerkdorpen. Met zijn pastoor, A. v. d. Crommenacker ( 1976) en een Tanzaniaanse kapelaan zorgden ze voor 1500 katholieken en heel veel catechumenen.

Ndala, bij het bezoek van zijn broer Theo en ...?

In 1961 werd hij benoemd tot directeur van het lekenapostolaat in het aartsbisdom. De aartsbisschop wenste dat in elke parochie het Marialegioen zou worden opgezet. Op 24 januari 1968 werd Jozef pastoor van Ndala: een grote parochie, met een katholiek ziekenhuis en ook de catechistenopleiding van het aartsbisdom. In brieven die hij stuurde, stond steeds de zin: “Hier in Ndala alles naar wens”.

In Ndala, bij het bezoek van zijn broer Theo en hun moeder.

Vanwege het ziekenhuis verbleven er regelmatig zieke medebroeders en enige bejaarde priesters leefden in de gemeenschap. Jozef besteedde veel aandacht en zorg aan hen.

In 1981 werd hij gepolst om de leiding op zich te nemen van het tot bejaardenhuis omgebouwde voormalige filosofiehuis “St. Charles” in de gemeente Boxtel. Jozef schreef: “Ik heb er veel moeite mee om me los te maken van Ndala. Het waren mooie jaren”. Toch kwam hij in 1982 naar Nederland, en nam hij zijn intrek in “St. Charles”. Zijn taak daar was overste van het huis en directeur van de bejaardenafdeling, rector van de kleine parochie van Hal, gastheer voor de provinciale bijeenkomsten van de Witte Paters. Ook hier waren allen getroffen door zijn zorg voor de bejaarden.

De snelweg Den Bosch-Eindhoven moest verbreed worden. “St. Charles” moest er voor wijken. Het was de taak van Jozef om de bejaarde medebroeders op die verhuizing voor te bereiden en te begeleiden bij het scheppen van een nieuw tehuis in hun nog vreemde omgeving. Op 15.9.1987 verhuisde de hele gemeenschap naar het nieuwe “St. Charles” te Heythuysen. In 1991 schreef hij: “Ik heb op het oude en het nieuwe “St. Charles” met plezier gewerkt. De belangstelling voor Afrika en de Witte Paters blijft, maar heb toch gekozen voor pastoraal werk in Nederland”.

Hij werd pastoor van de St. Lambertusparochie te Haelen, bisdom Roermond. Hij werkte daar 16 jaar lang. Bij zijn 12½ jarig jubileum in 2003 schreef het kerkbestuur: “De parochiegemeenschap is heel gelukkig dat zo´n kanjer nog steeds zijn zegenrijk werk kan doen in onze parochie”. Jozef zei: “Ik doe wat ik kan, maar kan niet altijd wat ik wil, en dan bent u er met uw hartelijkheid en uw medewerking in zoveel verschillende vormen. Dat maakt wonen en werken in Haelen tot een feest voor mij”. - “Bij sacramenten passen geen onpersoonlijke, nietszeggende woorden. De verlangens en behoeften van de mensen van dat moment moeten er hun vertaling in kunnen krijgen”. De parochianen typeerden hem als: vriendelijk, luisterend en bemoedigend, een “mensenmens”. In 2007 ging hij met emeritaat. Hij betrok in Heythuysen een aanleunwoning. Daar is hij overleden. Hij werd te Haelen begraven.



Instituut voor Doven in Tabora, Tanzania

Naailes (boven) – Algemene kennis (onder)



Homepagina | Contact | Overzicht van de site | | Statistieken van de site | Bezoekers : 3425 / 308289

De activiteit van de site opvolgen nl  De activiteit van de site opvolgen Nederland  De activiteit van de site opvolgen Contactbrieven   ?

Site gebouwd met SPIP 3.2.4 + AHUNTSIC

Creative Commons License